Reclamebord op je hoofd

Eerlijk? Dit weer doet mij weer verlangen naar Curaçao. Een temperatuur van +25 graden Celsius, een verkoelend zeebriesje, geen jas aan hoeven te doen, rondlopen op je blote voeten... Kortom: het eilandleven. Des te meer reden voor mij om weer verder te schrijven aan mijn achterblijvende blogposts.

VERLAMD DOOR THUIS
Ik lees nu het boek Reisverhalen schrijven door Jan Donkers (2008), en daar komt de volgende passage in voor (p. 7):

"Er zijn schrijvers, zo betoogt hij [Bruce Chatwin], die alleen thuis kunnen functioneren, met de juiste stoel, planken vol woordenboeken en encyclopedieën en hun wordprocessor. 'En er zijn degenen, zoals ik, die door "thuis" verlamd worden, voor wie thuis synoniem is met het spreekwoordelijke writers's block, en die zo naïef zijn om te denken dat alles in orde zou zijn als zij maar ergens anders waren.'"

Ik behoor duidelijk tot de tweede categorie. Zelfs mijn laatste post is zes dagen na aankomst geschreven, waarin het duidelijk werd dat het schrijven in Nederland niet zo vlotte als in Curaçao.
Kan je het mij kwalijk nemen? Van een tropisch klimaat met (bijna) altijd een strakblauwe lucht, naar een deprimerend klimaat met kou, regen en sneeuw. Van een plek waar het avontuur en het onbekende op elke hoek lonkt, naar de dodelijk saaie routines.
Maar goed, binnenkort vertrekt er weer een nieuwe lichting stagiaires naar het tropische eiland, en aangezien ik een hoop beloften heb gedaan in mijn vorige blogposts, is het nu tijd om deze in te willigen. Laat ik eerst starten met mijn thuiskomst-ervaringen.  

VERKEERDE TREIN
Na de kerstvakantie was het weer tijd om de colleges te volgen van de minor. Dat betekent: met de trein reizen. Echter was de dienstregeling bij de NS intussen aangepast en was het even zoeken hoe laat welke trein van welk spoor vertrekt. Blijkbaar zat ik nog met mijn hoofd op Curaçao, want ik stapte in de trein naar Utrecht in plaats van de trein naar Amersfoort. Oeps...

DRIE KLEUREN SCHIJTEN
Ook aan het autorijden moest ik weer wennen. Van een automaat naar een handgeschakelde auto. Mijn eerste rit was naar mijn oppasgezin en ik scheet zeven kleuren in mijn broek van angst.
Onderweg bijvoorbeeld begonnen mensen te seinen en ik begreep maar niet waarom: ik had mijn lichten toch aangezet? Maar blijkbaar was dat niet het dimlicht, maar het stadslicht. Ik had het symbool voor het dimlicht verward met het symbool voor het grote licht, dus durfde ik dat licht niet aan te zetten. Immers is het in Nederland verboden om constant met groot licht te rijden.
Het moge een wonder zijn dat ik heelhuids ben aangekomen in Bodegraven.

PROOIDIER
Het verbaasde mij overigens hoe materialistisch de maatschappij in Nederland is.
Winkelstraten zien zwart van het aantal mensen en een pakketje dat je besteld op het internet is bijna altijd binnen 24 uur in huis. In Curaçao struikel je echter niet over het aantal winkels (in Willemstad struikel je alleen over het aantal souvenirwinkeltjes) en bezorging kennen ze daar niet. Zelfs de postbezorging is niet te vertrouwen: brieven uit Nederland komen jaren later of helemaal niet aan.
Daarnaast voelde ik mij net een prooidier toen ik door de grootste winkelstraat van Gouda liep. Op het kruispunt van de Kleiweg/Blauwstraat/Hoogstraat staan namelijk altijd een paar straatverkopers, wachtend totdat jij in hun hinderlaag loopt. Ik heb altijd zo'n hekel aan straatverkopers en het liefst loop ik er met een grote boog omheen, maar soms ontkom je er niet aan.
Bovendien zag ik overal om mij heen reclame. Een reclamebord als je wacht op de trein, als je door een winkelstraat loopt, als je in de bus zit... In het begin voelde het alsof er iemand constant met een reclamebord op mijn hoofd mepte, maar inmiddels ben ik er weer aan gewend.

TERUGGAAN
Interessant genoeg heb ik mij snel weer kunnen aanpassen aan de Nederlandse maatschappij. Het kostte mij niet veel moeite, maar ik heb door mijn stage op Curaçao ook geleerd dat ik iemand ben die zich snel kan aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Klagen is niets voor mij, ik zet het liever om in daden en acties. Pinpas kwijt? Jammer dan, dan gaan we verder op de creditcard. Zijn we terug in Nederland? Boe-hoe, maar na het afstuderen kunnen we altijd nog teruggaan, toch?


Het bijhouden van een reisdagboek (rechts) kan ik iedereen aanraden. Naast het schrijven kan je er allerlei bonnetjes en tickets in plakken. Mooie herinneringen voor later! In mijn fotoalbum (links) staan ook al mijn blogverhalen. Leuk om op een regenachtige middag doorheen te bladeren :-) (maar aan de andere kant wekt het heimwee op)

Reacties

Een reactie posten

Populaire posts