Week 11: Acht dagen lang huilen

Aansluitend op de wandeling in de omgeving van landhuis Ascension ben ik naar Museum Tula gereden, dat zich in landhuis Knip (Kenepa) bevindt. Dit museum gaat over de slavernij op de plantages rondom de landhuizen en is vernoemd naar Tula, de leider van de grootste slavenopstand van het Caribisch gebied.


Als ik naar een museum ga dan is er altijd één ding dat mij erg verbaasd aan het museumbezoek: de prijs. Waar je in Nederland gemiddeld 8,30 euro betaald voor een museumbezoek, betaal je in Curaçao dat bedrag in guldens. En in het geval van Museum Tula zat daar ook nog een rondleiding bij inbegrepen.
Blijkbaar was ik de enige die die ochtend Museum Tula bezocht, want er was in de wijde omgeving geen mens te bekennen (of ze waren op weg naar het strand). Ik kreeg dus een privé-rondleiding.

ENTHOUSIAST OF IN DE MALING GENOMEN?
Om eerlijk te zijn weet ik nog steeds niet of de beste man mij in de maling nam, of dat hij gewoon razend enthousiast was. Hij ontving mij hartelijk in het razendsnelle Papiaments, waar ik maar een paar woorden van kon verstaan, en hij vertelde mij dat ik vanaf nu een slaaf zou zijn. De rillingen liepen over mijn rug, aangezien ik al het een en ander had gelezen over de gruwelijkheden die een slaaf werden aangedaan. Bovendien merk ik op het eiland dat het verleden nog veel invloed heeft op het gedrag van een Curaçaoënaar.
Ik moest dansen bij het orgel, zingen tijdens het stampen van maïs (zie deze lijst van liedjes die er werden gezongen op onder andere de plantage), woorden nazeggen... Word ik in de maling genomen? Maar misschien was de gids gewoon erg enthousiast...
Ik ben er nog steeds niet over uit.

ZWANGERE VROUWEN
Schilderij door Papy Adriana (2006)
Waar ik tijdens de rondleiding het meest ondersteboven van was, was de behandeling van zwangere vrouwen in de slaventijd. Eigenlijk moesten ze altijd maar doorwerken, no matter what. Vaak waren ze zwanger geraakt van de slavenhouder.

In de slaventijd was er nog geen sprake van een kraamverzorgende, maar er was wel een "unaccredited midwife", ook wel "Negro doctor" genoemd. Zij had verstand van kruiden en bleef een paar dagen voor en na de bevalling bij moeder en kind. De belangrijkste taak die zij had was het begraven van de placenta en de navelstreng op een geheime plek in de tuin.
De "unaccredited midwife" werd nooit betaald met geld, maar werd betaald met eieren of kippen.

Na de bevalling moest de vrouw direct weer aan het werk op de plantage. Zij kon dus geen borstvoeding geven. Daarom liep er een speciale vrouw rond op de plantage die de baby's voorzag van moedermelk. Als zij geen melk meer kon produceren, of als er iets anders aan de hand was, dan droeg zij een ketting, om de slavenhouder te laten weten dat ze haar taak niet meer kon uitvoeren.

DE DOOD
Lijnrecht tegenover geboorte staat de dood. Ook daar hadden ze in de slaventijd aparte gewoonten voor.
Als er een slaaf stierf, dan werd er een vrouw aangewezen om te huilen voor acht dagen lang. Dit heette ook wel ocho dia. De vrouw vertelde over het leven van de persoon en door te huilen werd het rouwproces ook in werking gesteld bij familieleden en vrienden. Er werd geloofd dat de geest na acht dagen de boodschap kreeg om te vertrekken naar de andere wereld.

STRAFFEN
Na de rondleiding kon ik op mijn gemakje door het museum lopen. De tranen sprongen in mijn ogen toen ik een enorme lijst zag hangen met de onmenselijke straffen die slaven kregen bij kleine vergrijpen. Steel je hout? Vier weken dwangarbeid. Ben je brutaal? Acht dagen opsluiting bij dag en nacht. Ben je medeplichtig aan diefstal? Dan krijg je tien touwslagen. Werp je stenen op de straat? Vijfentwintig touwslagen voor jou, dan.
De lijst die er hing zal vast een kleine greep zijn uit de straffen die werden opgelegd op de plantages, maar zelfs hier schrok ik al van.

 DE SLAVENOPSTAND
 Op 17 augustus 1795 weigerden de slaven op de plantage van landhuis Kenepa hun werk te doen. Ze eisten vrijheid. Caspar Lodewijk van Uytrecht (die overigens erg veel nakomelingen kreeg - de achternaam komt nog steeds veelvuldig voor op het eiland, heb ik mij laten vertellen), de eigenaar van de plantage, vertelde hen dat ze daar bij de gouverneur in Punda moesten zijn.

Onder het leiderschap van Tula vertrokken de slaven van plantage naar plantage, om daar de slaven te bevrijden. Steeds meer slaven sloten zich aan bij de opstand van Tula en Bastian Carpata werd ook een van de leiders van de slavenopstand. Ondertussen werd het gouvernement op de hoogte gebracht door de zoon van Van Uytrecht, die te paard naar Willemstad gestuurd werd.

Op de plantage Oud St. Marie ontmoetten de slaven en de troepen van het gouvernement elkaar. Ondertussen hadden er zich 1200 slaven verzameld. Het gouvernement had de grootte van de slavenopstand verkeerd ingeschat en leed een nederlaag.

Voor het tweede gevecht stuurde het koloniale raad een groter leger, onder leiding van Baron van Westerholt. Hij kreeg de opdracht om in onderhandeling te gaan met de slaven, om zo een oorlog te voorkomen. Hij nam de katholieke pater Jacobus Schink mee, die op 19 augustus in gesprek ging met Tula.
Tula: "Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn. (…) komen alle mensen niet voort uit Adam en Eva? Heb ik er kwaad aan gedaan dat ik 22 van mijn broeders verlost heb van hun boeien die hun onrechtmatig waren aangedaan? Ai, vader, zelfs een dier krijgt een betere behandeling."
Echter wilde Tula niet in onderhandeling gaan, en de koloniale troepen kozen voor de aanval. Enkele slaven wisten te ontsnappen en vochten vijf dagen voor hun vrijheid op de heuvel Ser'i Neger. Ze verloren uiteindelijk doordat het kamp van twee kanten werd aangevallen. Vervolgens ontsnapte enkele slaven naar de Christoffelberg, om vanuit die positie plantages aan te vallen.

Op 19 september verloren de slaven uiteindelijk de guerrillaoorlog door verraad van de slaaf Caspar Lodewijk. Op 3 oktober werden de drie slavenleiders, Tula, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, publiekelijk ter dood gebracht.
Tula werd als eerste terechtgesteld op het galgenveld te Rif (tegenwoordig tussen Koredo en het huidige Holiday Beach Hotel). Met een ijzeren staaf werden alle botten in zijn lichaam gebroken. Vervolgens werd zijn gezicht verbrand en uiteindelijk werd hij onthoofd. Datzelfde lot wachtte ook op Bastian Carpata, die moest toekijken toen hij op het kruis was gebonden. Pedro Wacao werd eerst met een touw om de benen rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en het hoofd met een moker werd verbrijzeld.
De hoofden van de leiders werden op staken geplaatst, ter waarschuwing voor de andere slaven. Hun lichamen werden verzwaard in de zee gegooid.

Omdat niemand meer exact weet hoe het gezicht van Tula eruit heeft gezien is het slechts gissen naar zijn gelaatsstreken. Dat is de reden waarom Tula op diverse manieren wordt afgebeeld op bijvoorbeeld schilderijen.

Mocht je geïnteresseerd zijn in de slavenopstand, dan kan je via deze link de film Tula The Revolt Movie bekijken.

Op de foto hiernaast zie je een kas di pal'i maishi, oftewel een huisje van stokken en mais. Het is een slavenhuisje, 'meegenomen' uit West-Afrika. Het frame is gemaakt van hout dat "Brasia" heet, en rondom het frame werden twijgjes gevlochten. De gaten werden dichtgemaakt met koeienmest. 
Het dak werd gemaakt van stokken van de mais. Door vier lagen te gebruiken was het dak lekvrij. De vloer werd tevens gemaakt van koeienmest. 

Om het geheel af te maken werd er koraal gebruikt. Het koraal werd in een oven gestopt en veranderde in wit zand. Door het te mixen met aloë vera werd het een stevig cement, gebruikt om het huisje te schilderen.






Reacties

Populaire posts