Week 8: Ingewanden aan deuren

Afgelopen weekend was het tijd om het volgende museum op mijn culturele to-do lijst af te strepen: het Maritiem Museum. Zoals de naam van het museum al verraadt, gaat het museum over de interessante relatie tussen Curaçao en de zee. Alle foto's zijn hier te vinden.

HAVENTOUR
Op woensdag- en zaterdagmiddag wordt er ook een tour door de haven van Willemstad aangeboden. Dé kans om meer te weten over de een na grootste haven van het Koninkrijk der Nederlanden. Je stapt aan boord van een van de ferry's die steeds tussen de wijken Punda en Otrobanda schipperen en de gids vertelt wat over de bezienswaardigheden. Helaas kon ik er niet veel van verstaan door de herrie die de ferry maakte en de wind.

In de haven vindt men diverse interessante plekken. Zo vaarden we (natuurlijk) onder de Koningin Julianabrug door; we vaarden langs een schroothoop van metaal; de olieraffinaderij; de Nederlandse Marine; enorme cruiseschepen; de containerhaven; enorme droogdokken (een reparatieplaats voor schepen, waarbij het water wordt weggepompt) en nog een tal van verschillende soorten schepen.

Flinke schroothopen en een uit elkaar vallend schip

Handelskade

Koningin Julianabrug

Na de haventour werd er een rondleiding gegeven in het museum, maar die heb ik (denk ik?) gemist, aangezien ik met de medewerkers aan de praat raakte over het onderwerp "publieke stranden". Daarover later meer (het is namelijk een gerelateerd onderwerp aan mijn etnografisch onderzoek).
Toch heb ik nog snel het museum op mijn eigen houtje kunnen verkennen (het was inmiddels al 15 uur, en het museum was tot 16 uur open). De drie interessantste onderwerpen? De slavernij, de kaapvaart en het verhaal van het gevechtsschip De Alphen.

BETALEN MET SCHELPJES
Tussen 1670 en 1815 was Curaçao het knooppunt van de Nederlandse slavenhandel. Deze slavenhandel verliep in drie etappes:
  1. Er werd Europees handelwaar vanuit Nederland naar Afrika verscheept;
  2. Langs de Afrikaanse westkust werd de handelswaar ingeruild tegen slaven en vervolgens zetten de schepen koers naar Zuid-Amerika;
  3. De slaven werden op Curaçao verkocht. Met de opbrengst (geld of goederen) voerden de schepen terug naar Nederland. 
Vaak werden er schelpjes meegenomen naar Afrika om de slaven mee te betalen. De glanzende Cypraea Moneta (ook wel "boesjes" genoemd door Nederlanders; tegenwoordig heten het kauri-schelpjes) werden gebruikt als betaalmiddel voor de slaven. Deze schelpjes werden door de VOC (1602 - 1800) verscheept vanuit de landen van herkomst (landen rondom de Indische Oceaan).

De prijs van een slaaf kon erg variëren. Soms werd er 20 pond betaald voor een gezonde slaaf, soms het dubbele: 10 000 tot 20 000 schelpjes dus! Later liep de prijs nog verder op en in 1770 betaalden handelaars 175 000 schelpjes voor een slaaf. Dat zal wel veel telwerk zijn geweest!
Eenmaal op Curaçao aangekomen kreeg de slavenhandelaar gewoon geld voor een gezonde slaaf. Een volwassen man of volwassen vrouw kostte 100 peso (ongeveer 110 euro). Kinderen kostte 1/3 of 2/3 van die prijs. Een oude of zieke slaaf was 55 tot 60 peso waard (60 tot 66 euro).

IN HET SLAVENRUIM
De oversteek van Afrika naar Curaçao duurde 70 tot 80 dagen. Gemiddeld 280 slaven lagen opeengepakt op het donkere, vuile en nauwelijks geventileerde tussenruimte. Ongeveer 85% van de slaven haalden Curaçao levend. Het was voor de bemanning belangrijk om de slaven in leven te houden, immers deelden zij de winst. Er voer ook een arts mee voor de slaven. Opvallend: vaak was de sterfte onder de bemanning hoger dan de sterfte onder de slaven.

De Hollandse slavenhandelaars namen minder slaven mee dan hun collega's in Engeland, Frankrijk, Denemarken en Duitsland. Daarnaast werden de ruimen beter schoongehouden (er werd schoongemaakt met azijn en ongedierte werd weggebrand met bankkruit), dus de leefomstandigheden waren beter. Nagels werden kortgehouden om te voorkomen dat leden van rivaliserende stammen elkaar konden verwonden. Bovendien werden de slaven eenmaal daags naar het dek gedwongen om lichaamsoefeningen te doen, zodat de slaven in goede conditie bleven.
Omdat de slaven in de schepen van de andere landen dus in minder goede leefomstandigheden leefden, werd er beweerd dat je deze schepen van mijlenver kon ruiken.


COMPENSATIE
Wat ik heel erg vreemd vond om te lezen was dat de slavenhouders op Curaçao een financiële tegemoetkoming konden krijgen door afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863. (Ik zou eerder zeggen dat het andersom is?) De onderstaande wisselbrief is voor Rachel Jesurun (weduwe van Henriquez) en werd op 25 augustus 1863 uitgegeven met een waarde van 2000 gulden.


VERGUNNING VOOR KAPEN
Als we het toch nog over de WIC (West Indische Compagnie) hebben, dan kunnen we het ook even hebben over de kaapvaart. De WIC verdiende kapitalen door schepen van de vijand te plunderen. Alleen al tussen 1623 en 1637 kaapten de WIC al 609 Spaanse schepen. De beroemdste kaapvaart is die van de Zilvervloot in 1628. De Nederlandse Piet Heyn veroverde de Spaanse schepen met zilver uit de mijnen van Zuid-Afrika. In één klap werd de WIC 7 miljoen gulden rijker.

Kaapvaart werd ondersteund door de eigen regering en de kapers kregen een kaperbrief mee, een vergunning dus. Zo kon de kaper dus niet worden aangeklaagd wegens piraterij. Daar zat echter één nadeel aan: piraten werden gewoon overboord gezet en een kaper werd behandeld als een gevangene, dat wil zeggen dat hij dus ook aan de galg kon eindigen.

Kaperbrief uit 1738

ONTPLOFFING VAN DE ALPHEN
Ten slotte wil ik nog het vreemde verhaal van gevechtsschip De Alphen vertellen.

Op 15 september 1778 explodeerde het schip in de haven van Willemstad. Er zijn honderden mensen omgekomen en de schade was enorm: de explosie zorgde er onder andere voor dat 11 schepen tegen de kade werden geramd en dat Fort Amsterdam overstroomde.
Wat precies de oorzaak is van de ontploffing is niet bekend. Achter-Admiraal Van Bylandt beweerde dat het fatale schot werd gelost door een Engels schip; anderen beweerden dat het kwam door sabotage of brandstichting. Hier kan je één van de mogelijke oorzaken lezen; en hier kan je meer lezen over het schip.

Nog een lekker verhaal voor het slapengaan:

[...] Na de ramp vond men overal in de stad en zelfs op de nabijgelegen plantages, de gruwelijk verminkte lijken van de bemanning en menselijke overblijfselen, hoofden, armen en benen. Op sommige plaatsen zag men zelfs ingewanden aan deuren of ramen en hengsels hangen. 

Al deze lijken en lichaamsdelen werden begraven langs de Roode weg, de plaats waar nu een kerkhof ligt.
Veel dagen later kwamen nog lijken, in verre staat van ontbinding, bovendrijven of werden opgevist. Deze werden vanuit de baai de zee ingesleept.
Van Gouvernementsweg werd de bevolking per aanplakbiljet verzocht alle menselijke resten die op hun erven werden gevonden behoorlijk te begraven.


Een verslaggeving uit die tijd vertelt dat het lijk van den kok van Zr. Ms. Alphen nog met den pollepel in den hand gekneld, op het dak van een huis aan de Overzijde (Otrabanda) werd gevonden. Hieraan zou zijn ontleend de Curaçaose zegswijze: “Als dat gebeurt zult ge mijn lepel hebben”… Het geen zoveel wil zeggen als:“Dit klinkt wel heel ongeloofwaardig”…

Welterusten!

WIST JE DAT...
  • ... er indianen leefden op Curaçao aan het begin van de jaartelling? De Chaquetios waren afkomstig van het vasteland en leefden van visvangst, schildpadden en plantaardig voedsel (cassave, mais en aardappelen). Ook dreven zij handel met het vaste land. Echter werden er in 1515 de meeste indianen als slaven weggevoerd of vermoord door de Spanjaarden.
  • ... Willemstad is vernoemd naar de Hollandse stadhouder Willem III? Tussen 1650 en 1732 maakte de tweede WIC een handelscentrum van Willemstad en de haven werd opengesteld voor alle handel, ook die van particulieren. 
  • ... Curaçao rond 1900 een belangrijk knooppunt was in het scheepsvaartverkeer? Passagiers moesten in die tijd vaak enkele dagen wachten op een verbinding naar Zuid-Amerika en besteedden die tijd graag aan winkelen in Willemstad. Echter werden de verbindingen steeds beter en in 1919 kwamen er zelfs rechtstreekse verbindingen naar Venezolaanse kustplaatsen. Curaçao liep dus veel inkomsten mis. 
  • ... in 1901 het eerste cruiseschip arriveerde in Willemstad? Dit was de Prinzessin Victoria Luise uit New York. Door de aantrekkelijk geprijsde artikelen in Curaçao (parfum, drank, zijde en exotische artikelen) wakkerde het toerisme in het land aan. 
  • ... het boegbeeld van De Alphen jarenlang een onderdeel was van de Nederlandse marinetraditie? Het boegbeeld kwam kort na de ontploffing boven water drijven in de haven. De plaatselijke vissers gaven het aan de havenmeester, die het tegen de voorgevel van zijn huis plaatste. Een aantal jaren later verkocht de man zijn woning aan de bekende familie Maduro, maar eiste wel het beeld op. In 1875 herinnerde een van de opvarenden van de Zijne Majesteitsschepen zich de geschiedenis van het beeld en besloot het, als grap, naar Holland te ontvoeren. Echter gaf de marineleiding de opdracht het beeld met het volgende marineschip mee terug te nemen naar Curaçao, gezien de status van de familie Maduro. Toch werd het beeld steeds weer ontvreemd en naar Nederland gebracht, en daar werd het met het volgende schip weer meegenomen naar Curaçao. 
  • ... Madurodam in Den Haag is vernoemd naar een familielid van de familie Maduro? George Maduro overleed in februari 1945 in een concentratiekamp in Duitsland. Zijn ouders ontmoetten Bep Boon-van der Starp, die hoopte dat het bouwen van een miniatuurstadje voor blijvende inkomsten zou zorgen voor de Stichting Nederlands Studenten Sanatorium. De stichting zorgde er voor dat studenten die aan tuberculose leden een kuur konden ondergaan en konden studeren. Zodoende schonken de ouders het beginkapitaal voor het project, en wordt nu beschouwd als het moment voor hun enige zoon. Sinds 1993 is het schaalmodel van het uit 1895 daterende geboortehuis van Maduro te zien, met naast het huis een plaquette: In hem eert Nederland zijn oorlogshelden uit de strijd 1940-1945.

Reacties

Populaire posts